Welkom op VTV-Ridderspoor.nl

Welkom op de website van VTV-Ridderspoor.nl

Veel plezier op onze website, je kunt er veel informatie vinden over de tuin, groenten, recepten en nog veel meer.
Nu ook bereikbaar via www.vtv-ridderspoor.com

Aardappel

Aardappelen telen is voor iedereen haalbaar. Zeker als men zich beperkt tot een relatief kleine hoeveelheid.
Vroege aardappelen zijn een leuke teelt voor de groentetuin.
De vroege teelt van aardappelen start met het voorkiemen van de pootaardappelen.
De late aardappelrassen, die het best bewaren, staan ook langere tijd bloot aan de gevaren van de aardappelziekte.


aardappel

Herkomst:

De aardappel behoort tot de nachtschadefamilie, net als de tomaat, de paprika en de tabaksplant.
De groene delen van de aardappel zijn dus giftig.
Net als andere leden van de nachtschadefamilie bevat de plant alkaloïden.
Aardappelplanten kunnen naast knollen ook bessen vormen, welke in tegenstelling tot die van de tomaat zeer giftig zijn.

De aardappelplant is een tweejarig gewas maar wordt als eenjarige verbouwd.

Aardappelen vormen  ondergrondse stengels.

Aan het eind van zo’n ondergrondse stengel (een stolon) wordt de knol, de aardappel, gevormd, waarin de voedingsreserves van de aardappelplant worden opgeslagen.

Elke knol heeft meerdere ‘ogen’, waaruit zich in het volgende jaar een nieuwe plant met knollen kan ontwikkelen.

Bloeiende aardappelplant

Diversiteit:

Er zijn vroege, halfvroege, halflate en late soorten.

Vroege aardappelen hebben een korte groeiperiode en kunnen niet zo lang worden bewaard.

Halfvroege aardappelen worden wat later geoogst en kunnen tot in de winter worden bewaard.

Late aardappelen hebben een langere groeiperiode en kunnen de hele winter door worden bewaard.

Er is ook onderscheid tussen vastkokende of bloemige soorten.

Vastkokende aardappelen hebben een fijne structuur en behouden hun vorm na het koken. Deze aardappelen worden gekookt of gebakken gegeten.

Bloemige aardappelen vallen tijdens het koken uit elkaar en zijn voor vele toepassingen geschikt.

Aardappelen worden geteeld door het poten van plantaardappelen, meestal in open lucht.
U kan ook aardappelen vervroegen door afdekking met gaatjesplastiek of door te planten in een koude kas of plastiektunnel. Wat ook heel goed lukt is het telen van aardappelen in potten en containers.

Standplaats en bemesting:

Aardappelen kunnen op alle grondsoorten geteeld worden.

De lichtere gronden zijn geschikt voor vroege teelten, terwijl de zwaardere gronden beter bewaarbare aardappelen opleveren.
Om aardappelziekte te voorkomen, is een plaats in de volle zon, met voldoende luchtbeweging, absoluut nodig.
Aardappelen gedijen goed bij een lage pH waarde, 5-6 is voldoende.

De aardappel verwacht wel een goede organische bemesting met stalmest of compost.

Gebruik weinig stikstof, de planten zien er geweldig goed uit, maar de aardappelen zelf groeien niet goed uit en de kans op aardappelziekte neem toe.

Kalium is wel belangrijk voor de bewaarbaarheid van de aardappel.

Strooi voor het planten zo’n 45 g/m² patentkali.

Planten:

In het bijgaande  teeltschema ziet u de poot en oogstperioden.
De pootaardappel is verkrijgbaar in verschillende maten.

De maat 28-35 mm is meest gebruikelijk.

Voor de vroege teelten is een grotere maat weer interessant omdat deze beter in staat is om van een vorstperiode te herstellen.

Teeltperiode Zaaien Planten Oogsten Plantafstand
Zeer vroeg (glas) Half februari Half mei 70 X 30
Vroeg (afgedekt) Maart-begin april Juni, juli, aug 70 X 30
Half vroeg Half maart t/m april Eind juli, aug, sept 70 X 35
Half laat april September 70 X 35
Laat April t/m half mei Eind sept – half okt 70 X 40

Voorkiemen:

Om een voorsprong op te bouwen, is het belangrijk om voor te kiemen bij de vroege teelt van aardappelen.

Ongeveer drie weken voor het planten kan je daar mee starten, door het pootgoed open te leggen in een plaats met veel licht en bij een temperatuur van 10°C.

Dit om scheuten te vormen die kort en stevig zijn.

Planten:

De grond wordt goed losgemaakt, maar moet niet fijn gemaakt worden.

Het planten van aardappelen gebeurt in rijen.

Een ruime rijafstand werkt makkelijk bij het aanaarden.

Maak putjes die op zware grond  5 cm  en op lichte gronden 10 cm diep zijn.

Je kan aardappelen ook in  potten  telen, de potten moeten voldoende diep zijn (emmer 10L.) per  plant.

Vul de pot met grond zodat u nog 15 cm vrije ruimte hebt en plant 5 cm diep. Vul twee keer bij met aarde, telkens de plant voldoende gegroeid is.

Door in februari in de koude kas of plastiektunnel uit te planten kan je de aardappeloogst vervroegen.

Aanaarden:

Om ondergrondse stengelvorming van de plant te bekomen, is het aanaarden van groot belang.

Het beschermt het jonge loof tegen nachtvorst, voorkomt dat aardappelen groen worden en voert het vocht af.
Zodra de plantjes 10 cm hoog zijn, wordt de eerste maal aangeaard, de tweede keer als ze 20 cm hoog zijn.

De grond van tussen de rijen wordt met een hak tot vlakbij en tegen de planten gebracht zodat er ruggen van zo’n 20 cm hoog ontstaan.

Oogsten en bewaren:

Vroege aardappelen kunnen al geoogst worden als de knollen groot genoeg zijn, zonder dat het loof al afgestorven is.

Aardappelen om te bewaren worden pas geoogst als de aardappel gerijpt is en het loof afgestorven is.

Voor het rooien kan men het beste een platte vork gebruiken.

Bij zonnig weer rooien heeft als voordeel, dat de aardappelen goed kunnen opdrogen.

Één dag drogen is voldoende, anders worden de aardappelen groen.

De laatste aardappelen worden in de eerste helft van oktober gerooid.
Bewaren tot het einde van het jaar lukt goed, wel regelmatig controleren op de aanwezigheid van rotte aardappelen, want die steken de goede aardappelen ook aan.

De aardappel zal nieuwe scheuten gaan vormen en daardoor kunnen de knollen een gerimpeld uiterlijk krijgen.

Aardappelen bewaart u zo, dat er voldoende lucht bij kan komen, en niet hoger dan 50 cm.

De ideale bewaartemperatuur is minmum 4°C tot maximum 8°C.

Aanbevolen rassen:

De keuze van de rassen wordt dikwijls bepaald door de vroegheid, de vastheid bij het koken en de vatbaarheid voor aardappelziekte.

Vroeg:
Vroege aardappelen zijn over het algemeen gevoelig voor aardappelplaag, vandaar een selectie van drie rassen die in deze groep behoren tot de minst vatbare voor aardappelplaag, zeker wat betreft overzetting naar de knol.

’Première’ – Kan zeer vroeg geoogst worden. Bloemige aardappel met gele gladde schil en lichtgeel vruchtvlees.

‘Prior’ – Vast in de kook. Geschikt voor kleigrond.

‘Fresco’ – Vroege aardappel. Vastkokend. Zeer goede keukenaardappel, geschikt voor frieten. Lang bewaarbaar.
Halfvroeg:
Eén ras is bijzonder tolerant tegen aardappelplaag en wordt zelfs aangeraden voor biologische teelt.
‘Sante’ Bloemige aardappel met lichtgeel vruchtvlees. Geschikt voor alle bereidingen. Goede bewaaraardappel.

Middenlaat en laat:
‘Agria’, ‘Nicola’,  ‘Charlotte’ zijn gekende, vrij tolerante soorten tegen aardappelplaag.

Bijzonder resistent tegen aardappelplaag zijn :

‘Ditta’, ‘Remarka’ , ‘Disco’,  ‘Surprise’, ‘Allure’, ‘Aziza’  en ‘Texla’ , deze laatste heeft eigenlijk nooit last van aardappelplaag.

==> pagina Groentenlijst